Lieve mensen,
Ik ben deze club gestart om iets weer te geven en uit te bouwen wat tijdloos en universeel is. De naam zegt eigenlijk alles: 'het Weten in je hart'. Het gaat er mij om dat vroeg of laat in ieder dit Weten wakker zal worden. Een Weten dat het geluk nooit buiten onszelf gevonden zal kunnen worden. Een Weten dat diep in onszelf een goddelijke Vonk is die verder uit wil groeien, op wil bloeien van binnenuit. Een Weten wat we altijd Geweten hebben. Velen zijn het vergeten of er is een heleboel voor gekomen.
Dit tijdloze universele Weten wordt ook wel eens gnosis genoemd. Ik hoop dat wat hier op deze club gebeurt dit Weten in jou wat niets met het verstand te maken heeft maar alles met de Liefde, mag aanraken. Dat je hier her-kenning mag vinden, inspiratie, eventueel een steuntje in de rug.
Neus eens rond, en als je lid wil worden om zo een aktieve bijdrage aan groei en levendigheid van deze club te leveren, dat zou hartstikke leuk zijn. Ik hoop dat je je hier werkelijk thuis zult voelen. Voor wie dat wil: je mag me ook mailen. Je krijgt altijd antwoord.
Veel plezier lieve groetjes Kagib :)
Laatste Nieuwsberichten
Zijn discipelen zeiden tot hem: Nut de besnijdenis of niet? Hij zeide tot hen: Als zij nutte, zou hun vader hen besneden uit hun moeder voortbrengen.
Door de gehele oudheid, ja tot uit voorhistorische tijden, worden de godsdiensten der mensen van China over Voor-Indië tot Spanje en ons huidige Europa, begeleid door een paniekachtige angst voor de toornige goden die er op uit waren de mensen te straffen met de bliksems van hun woede en de pijlen hunner gramschap. En evenzeer geloofden die volkeren in een mogelijkheid ter verzoening door het aanbieden van bloed. Want in het bloed, meenden ze, functioneerde de ziel zowel van dier als mens.
Zijn bloed moeten storten ter verzoening van God, want daar komt het eigenlijk op neer, is misschien een aanwijzing voor een gebeurtenis waarin de mens zich uit de greep van het sterfelijke leven wil losmaken, om het leven van de onsterfelijke God te leren kennen. Dwz het sterfelijk leven te leven met de realiteit van de onsterfelijke God in zich, die 'gekocht' is met het bloed der sterfelijke ziel. Het wil dan zeggen dat een mens zijn sterfelijk leven in zijn bewustzijn heeft prijsgegeven - zijn leven heeft gegeven - om het eeuwige leven deelachtig te worden.
Dit is geen daad uit angst omdat hier de angst zich zelf vernietigt. Indien een mens werkelijk zijn tijdelijk leven heeft losgelaten of z.g. geofferd, dan is hij door een dood heen gegaan die een afscheiding in zijn bewustzijn betekende, een drempel die hij overgegaan is en waardoor hij, welke angst ook, voor altijd en eeuwig heeft verloren. Niet in zijn sterfelijk lichaam maar in zijn onsterfelijk bewustzijn waarin hij zich herboren gevoelt.
Barend van der Meer
De uitgesproken woorden:
Wat doet de mens met zijn geloof? Maakt hij er een zwaard van om een ander zijn hoofd mee af te slaan? Of gebruikt hij het om zijn zelfbehoud er mee te doorklieven, zich los te slaan van alle behoudzucht en wantrouwen, van haat en ergernissen, van ikzucht en zelfaanbidding. Natuurlijk is iedereen van ogenblik tot ogenblik vrij. Vrij in het kiezen van ellende, vrij om liefdeloos te willen zijn, vrij om zich zelf in te spinnen in de angst der aardse belangen, vrij om zich op allerlei wijzen te verdoven, de ziel te bedriegen en de Levende te willen ontkomen. De mens is vrij om al het kwaad te doen wat hij ooit zou willen doen. De mensen maken daarvan dan ook ruimschoots gebruik.
Maar de Levende kunt ge geen enkel kwaad aandoen. Voor hem bestaat geen kwaad en hij ziet dit slechts als gevolg van de waan die de mensen zelf willen verdienen. Nee, ge kunt hem nooit schaden al zou u hem duizend maal willen kruisigen. Dat een ieder bij zich zelf eens onderzoekt wat het toch is dat hij zijn vrijheid misbruikt zich zelf in de boeien te slaan. Zich alle mogelijke lasten op te leggen om dan van een ander mens te verwachten dat die ze weer van hem afnemen zal?
De Levende in u zal u zeggen dat ge niet een lastdier zijt. Hij zal u het juk licht maken, maar dat doet niet een ander. De Levende is geen ander. Hij is in de mensen EEN. Ontdek u zelf als de gestalte der eenheid binnen in u. Er is niets sentimenteels, niets ziekelijks in. Indien een mens zijn zelfstandigheid leert kennen en de gevoeligheid die hem daarin de weg wijst, zal hij reden vinden tot grote vreugde en een overstromende liefde. En hij zal het woord begrijpen; een rokende vlaswiek vertreedt hij niet.
Het is een bekend woord dat de letter doodt maar de geest levend maakt. Kennen we de levendmakende geest dan is er niet meer in de eerste plaats de bezorgdheid over ons lichaam. We leren het onverbrekelijke leven kennen en dit schept zich zelf in ons een lichaam der onverbrekelijkheid, gevormd uit geestelijke substantie. Daardoor vergaan meer en meer de bindende en tot het aardse leven gerichte begeerten en driften, omdat deze uit het rijk van de geest niet meer gevoed worden. Het aardse leven is maar kort en het is te begrijpen dat na dit vergankelijke aanzicht van het leven - na de dood - deze tijdelijke impulsen geen raad meer weten en eerst moeten hongeren voor ze hun energieën prijs geven en richten laten door de ordenende kracht van de geest. In deze ordening kan de werkelijke mens zijn vrijheid hernemen.
Natuurlijk moet iedereen weten wat hij zelf doet. En toch kan ieder verzekerd zijn van welk een enorme waarde het zal blijken indien hij nu reeds met de omzetting in zich begint en in zijn geestesvonk het opperst werkzaam vermogen voor de te vormen individualiteit erkent. Zodra hij zijn wil leert trainen zal de weg voor hem open gaan.
Barend van der Meer
De uitgesproken woorden:
De Levende is meer dan het aardse lichaam. De levende ziel is oneindig veel meer dan de lichamelijke functies en behoeften, die men veel te hoog aanslaat en die men samengebundeld heeft tot een ongeordend driftleven dat men voor het gemak de ziel noemt. Het maakt de indruk van een verborgen boosaardigheid. Alsof ziel alleen maar een 'funktionsergebnis' van het lichaam zou zijn. Maar de eigenlijke, de zelfstandige, de onafhankelijke en autonome ziel van de mens, de levende, negeert men. Haar bloei belacht men en men verklaart die mensen die deze bloei in zich aanschouwd hebben voor stapelgek.
Ook het woord geest dat niemand schijnt te willen begrijpen en dat altijd weer aangeduid wordt met verstand en de gave van het verstand. Dat geest geen denken is, geen functie van het brein, dat het een lichtsubstantie is van een stralende hoedanigheid, schijnt niemand te kunnen of te willen geloven, ofschoon er toch ogenblikken in het leven van een mens zijn dat hij het ondervonden heeft al is hij er niet bij blijven stilstaan. En tenslotte noemt men de Levende de dode mens. Hij die bij het aardse leven al vertrokken is en die men dus hier helemaal niet au sérieux te nemen heeft. Werkelijk de Levende laat het volkomen onberoerd of hij wel of niet au sérieux genomen wordt. Hij is niet te vertroebelen door geen enkele ergernis of smart.
Wat moet de mens nu doen als hij niet voorbij wil gaan aan de Levende? Alleen het levende verenigt zich met de Levende. Moet hij zich niet door zijn eigen verwildering heen slaan? Kan hij niet de moed hebben om al dat rusteloze gedoe de rug toe te keren en om zijn eigen inhouden, de tijdelijke gasten van zijn lichamelijke behuizing te leren kennen en onder de ogen te zien? Wat betekent het, het huis met bezems te keren en het penningske terug te vinden dat de volstrekte voorwaarde voor de dagelijks Levende is. Wat is het dat ge een geloof zou hebben gelijk een mosterdzaadje? Het is nog kleiner dan een mosterdzaadje. Het heeft heel weinig ruimte nodig in uw ziel, dat allerkleinste, 'het zonnestofje' , dat ergens in de mens verborgen ligt te wachten om het deurtje te zijn dat toegang geeft tot het rijk van alle licht.
Gelooft de mens aan zich zelf? Heeft hij iets van zich zelf ontdekt? Iets dat niet aan de Levende voorbij gaat die voor u staat? Hij staat altijd voor u en en ge weet het niet. Hij is er altijd en hij zal zich aan u laten kennen indien ge het werkelijk wilt. Ik hoor het iemand zeggen: ik wil hem vinden al moest ik er mijn leven helemaal voor afbreken. Indien een mens de Levende vindt sterft hij niet meer. Dan onderscheidt hij dat hij een leven van duizend doden heeft geleefd, altijd weer opnieuw, altijd, en eindelijk leert hij kennen wat niet sterven kan.
Barend van der Meer
De uitgesproken woorden:
De levende is overal.
Overal verschijnt hij. Op het slagveld gaat hij tot vriend en vijand, in de gevangenissen zal hij de mensen bezoeken die er van hun vrijheid beroofd zijn en hen in staat stellen een geheel nieuwe, een echte vrijheid te leren kennen die hun niet ontroofd worden kan. De Levende zal aan de tekorten der mensen voorbijgaan en het levenswater in hun harten schenken waardoor alle tranen gedroogd worden. Hij zal zich niet bekommeren om haat en nijd, om intriges terwille van het dagelijks brood of van onderdrukking.
De Levende kent de onwetendheid der mensen en herinnert hen eraan dat daaruit alle duistere daden geboren worden, waardoor zij niet weten wat zij doen. Waar de Levende is is het overal en te allen tijde goed, waar dit dan ook is en onder welke omstandigheden. Men kan hem niets aandoen. Alleen wat uit de dood is kan men doden, wat uit het leven is kan men niets doen. Maar ook werkelijk niets. Men kan er geen enkel gezag over uitoefenen. Men kan het niet de wet lezen en nooit bedillen. De Levende maakt alle wetten en alle voorschriften overbodig. Was hij niet gekomen om de wet te vervullen? Heeft hij tittel of jota aan welke wet ook veranderd? Heeft hij de profeten gecorrigeerd en kritiek op hen gehad? Nee immers? Hij zegt alleen dat zij sterfelijk waren, zoals ze dat inderdaad waren, maar de Levende is de Levende voor altijd en eeuwig. Van voor de grondlegging der wereld.
Barend van der Meer
De uitgesproken woorden:
De Levende die voor u staat...
De Levende kent geen angst. De aards lichamelijke mens is hiervan vervuld, maar zodra hij leert geloven aan de Levende zal alle onrust en angst van welke afkomst ze ook is, verdwijnen en vergeten worden. Natuurlijk zeggen de discipelen dat de profeten over hem - Jezus - geprofeteerd hebben. Maar hij is er niet van onder de indruk en rangschikt ze onder hen die voorbijgegaan zijn, de doden. Wat moet de Levende ook met de profeten beginnen? Wat met hun dreigingen en angstaanjagingen? Wat hebben alle oorlogen en verwoestingen van doen met de eeuwig levende? Wat kan de stamgod van Israël van enige invloed zijn op de Levende? De heimelijke ideologie van het op aarde gevestigde godsrijk heeft immers helemaal geen zin.
Men moet wel ontzaglijk teleurgesteld zijn geweest als het beloofde Koninkrijk dat niet van deze aarde was - en nooit van deze aarde worden kan - het rijk van de goddelijke geest bleek te zijn. Vechten de mensen daarvoor? Hebben ze daarvoor geleden? Zijn daarvoor al die offers nodig, al die dreiging, al die zucht naar macht, al het aardse geweld en het bloedvergieten dat nooit ophoudt. Hoe zal het volk zich aan Jezus geërgerd hebben en hoe doen de mensen het nog als het er op aankomt. Zij hebben de Levende niet lief omdat zij hem niet herkennen. Zij willen hem altijd blijven kruisigen, hoewel het duidelijk moest zijn dat er niets te kruisigen valt. Als men het zwaard trekt tegen het innerlijk rijk, dat overal is, treft men slechts zichzelf.
Barend van der Meer
De uitgesproken woorden:
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken
Opgericht: 01-02-2002
Eigenaar: kagib
Leden: 134
Gewijzigd: 16.05.2012
Aanbevelingen: Lees aanbevelingen
11 forumreacties
9 nieuwsberichten
2 bezoeken van leden
69 bezoeken van gasten
Laatste forumberichten
Laatste forum onderwerpen
Het gaat heel ver de Gnostieke bewustwording. Zelfs het neutraliseren, reinigen van de zintuigen. Dus dat wat we zien, horen, proeven, tasten. Dat we hier niet meer vol mee zijn, ons niet meer gevangen kan nemen, dat we er niet meer bevangen door raken.
Want er is zoveel waar we in de ban van kunnen raken, en zo vrijblijvend lijkt. En toch kunnen we daardoor t omzettingsproces tegenhouden.
Eigenlijk betekent dit het onthecht worden van alles. Dan kun je er nog vrijblijvend van genieten, van dat wat je ziet, hoort, proeft maar je Weet/ervaart dat t allemaal heel vluchtig is. Je speelt het spel nog zo goed mogelijk mee maar je zit er niet meer aan vast, je hoeft er niks meer mee. Radicaal gezien als een zintuig uitvalt, je ziet niet meer, je hoort niks meer, je proeft niks meer, zelfs dan kan er niks van je afgenomen worden, je blijft die je Bent. Dat is dan onaantastbaar.
Het frappante is dat de energie wegvalt om je zintuigen te laden, de behoefte valt weg. In wat je hoort, in wat je ziet, in wat je proeft, het wordt allemaal leeg. Het wordt functioneel. Je moet nu eenmaal eten anders kan je lichaam niet blijven bestaan dus je eet zolang het lichaam dit nodig heeft. Je kunt best genieten van n mooi stuk natuur in wat je ziet en hoort maar je raakt er niet meer van in de ban.
De kern wordt, alles is vluchtig, alles vervliegt in de tijd. Behalve dat wat Eeuwig is. Als dit in je opgestaan is dan vindt je daarin je vervulling is het daarin vervuld.
Maar jouw ikje kan het niet doen, je kunt het niet doen met het ikje. Het enige wat het ikje kan doen is zich openstellen voor de Ziel, voor het Licht. Dat de innerlijke duisternis, wat maar duister is in het Licht komt.
Ik krijg vaak de reactie ja Karel, wat er bij jou gebeurd is, jouw plopervaringen dat werkt bij mij niet hoor. Ik heb de dingen, hoe t zit al zoveel keer gezien het verdwijnt niet. Kan slechts zeggen, dan heeft t Licht nog niet echt op je in kunnen werken, heb je het nog niet totaal toegelaten, heb je voorbehouden, zet je er dingen tussenin. Nee dit wil ik behouden, dat laat ik niet los. Dus dan kan het ook niet totaal oplossen, verdwijnen.
Dit is geen oordeel, het is wat t is, en de realiteit voor de meeste mensen. Maar uiteindelijk is t voor iedereen mogelijk om totaal alles weg te laten branden door t Licht, tot in de uiterste concequentie. Wat er maar tussen het Licht in zit. Er zullen best allerlei stemmen spreken uit t verleden in dit proces, het ego dat zich verzet. Maar ook die kan het Licht ontmaskeren, ook die kun je doorzien, Zien voor wat het is, voor wat er gebeurd.
Het ego wil natuurlijk niet sterven, zal allerlei gedaantes kiezen, zich vermommen dat t nu wel weer goed is. Maar uiteindelijk, vroeg of laat zal het ego opgaan in het Licht, is er geen verweer meer.
Wanneer dit is, is totaal open.
We zijn allemaal onderweg, en ieder zit hierin in een bepaald stadium. Allemaal helemaal goed.
Kagib
En de uitgesproken woorden:

lieve jij,
T is nu kerstavond.
Symbolisch is het Licht er nog niet.
Alles duister.
De donkerste nacht vh jaar.
Maar het Licht wordt verwacht.
Het Licht ligt te wachten.
Binnenin.
Dat het mag stralen.
Mag uitstralen.
Mag verwarmen.
Onszelf.
Alles en iedereen om ons heen.
Als we ons ervoor openen.
Dat het geboren mag worden in ons.
Als het nog niet geboren is.
Maar nu is t nog donker.
Nu is t nog duister.
Nu alles nog duister is.
In de duisternis het wachten op het Licht.
Open en onbevangen.
In overgave.
Het innerlijke Kind omarmen toelaten.
Zoals dit Kind op deze afbeelding je aankijkt.
Op n bepaalde manier verdrietig, heel indringend.
Het wil geboren worden in ons.
Het wil ruimte krijgen in ons.
Het wil zich openbaren door ons heen.
Opstaan in ons.
Groeien in ons.
Uiteindelijk daarin afhankelijk van ons.
Het Kind wacht.
Totdat we de deur openen van ons hart.
Zodat het binnen mag komen.
Nu is t nog duister maar het Licht is er dat op ons wacht in ons hart.
lieve warme groet Kagib 