18 keer bekeken

Jan de Waarheid

  • maandag 14 mei 2018 @ 20:06
    #2
    reactie op (#1) kagib

    Voor het hermetische besef is waarheid, God zelf, de onveranderlijke. Hij die het heelal der verschijnselen omvat en , als de onveranderlijke, met zijn Zevengeest het scheppings-al bestuurt. Daarom is het dat de Universele Leer over de zeven waarheden spreekt. Het zijn de zeven stralen die van God, van de Geest, uitgaan. Zo kan men op goede gronden vaststellen dat er in de mateloze ruimte der alopenbaring geen volstrekte waarheid kan zijn. De waarheid weerkaatst zich wel in het alverschijnende en in ieder ding, doch is daardoor nog niet de waarheid.

    De waarheid is de volkomen heerlijkheid, het volstrekt goede; dat wat niet bezoedeld is door de materie, noch overkleed is door een lichaam. De waarheid is het onverhulde, stralende, onaantastbare, verheven, onveranderlijk goede.

    In de ruimte van de alopenbaring is alles steeds bezig te veranderen; het ene gaat, het andere komt; en als het komt ligt de verandering erin opgesloten. Bijgevolg is het altijd-veranderlijke tov het onveranderlijke volstrekt onwaar. Daarom stelt Hermes vast dat de waarheid alleen wonen kan in eeuwige lichamen, die in volstrektheid de waarheid vertegenwoordigen. Zo is er dus een volstrekte gescheidenheid tussen de absolute waarheid en de onwaarheid. Met onwaarheid moet men dan niet denken aan leugenachtigheid, opzettelijke verdraaiing van de goddelijke rede, doch aan alles en aan allen die in het veranderlijke, in het beweeg der tegengestelden en in het beweeg der ontwikkelingen staan.
    Waarheid is de volstrektheid. Onwaar is het in ontwikkeling verkerende; datgene wat nog niet tot de waarheid behoort. Noemen wij het in ontwikkeling verkerende wáár, dan zetten wij de ontwikkeling stop, dan vertragen en belemmeren wij haar, dan zet zich kristallisatie in en wordt de fundamentele onwaarheid onwaar, in de zin van leugenachtig en ongoddelijk. De waarheid drijft, als het goed is, de fundamentele onwaarheid tot de hoge status der waarheid. Daarom zal de waarheid zich steeds openbaren, opdat het fundamenteel nog onware zich procesmatig tot haar zal opheffen.

    Stem er helemaal mee in. De Waarheid is altijd meer, nog vervullender, nog omvattender, nog subtieler, nog rijker. Dit proces houdt nooit op. Je kunt uiteindelijk wel voeling krijgen met de Waarheid en dan kun je dus onder leiding van de Waarheid die reis gaan door eindeloze stadia van ontwikkeling, verandering. 
    Het is zoiets als stilstand is achteruitgang. Dat goed jezelf realiseren. 

    lieve zonnetjesgroet Kagib

  • maandag 14 mei 2018 @ 16:24
    #1

    Voor het hermetische besef is waarheid, God zelf, de onveranderlijke. Hij die het heelal der verschijnselen omvat en , als de onveranderlijke, met zijn Zevengeest het scheppings-al bestuurt. Daarom is het dat de Universele Leer over de zeven waarheden spreekt. Het zijn de zeven stralen die van God, van de Geest, uitgaan. Zo kan men op goede gronden vaststellen dat er in de mateloze ruimte der alopenbaring geen volstrekte waarheid kan zijn. De waarheid weerkaatst zich wel in het alverschijnende en in ieder ding, doch is daardoor nog niet de waarheid.

    De waarheid is de volkomen heerlijkheid, het volstrekt goede; dat wat niet bezoedeld is door de materie, noch overkleed is door een lichaam. De waarheid is het onverhulde, stralende, onaantastbare, verheven, onveranderlijk goede.

    In de ruimte van de alopenbaring is alles steeds bezig te veranderen; het ene gaat, het andere komt; en als het komt ligt de verandering erin opgesloten. Bijgevolg is het altijd-veranderlijke tov het onveranderlijke volstrekt onwaar. Daarom stelt Hermes vast dat de waarheid alleen wonen kan in eeuwige lichamen, die in volstrektheid de waarheid vertegenwoordigen. Zo is er dus een volstrekte gescheidenheid tussen de absolute waarheid en de onwaarheid. Met onwaarheid moet men dan niet denken aan leugenachtigheid, opzettelijke verdraaiing van de goddelijke rede, doch aan alles en aan allen die in het veranderlijke, in het beweeg der tegengestelden en in het beweeg der ontwikkelingen staan.
    Waarheid is de volstrektheid. Onwaar is het in ontwikkeling verkerende; datgene wat nog niet tot de waarheid behoort. Noemen wij het in ontwikkeling verkerende wáár, dan zetten wij de ontwikkeling stop, dan vertragen en belemmeren wij haar, dan zet zich kristallisatie in en wordt de fundamentele onwaarheid onwaar, in de zin van leugenachtig en ongoddelijk. De waarheid drijft, als het goed is, de fundamentele onwaarheid tot de hoge status der waarheid. Daarom zal de waarheid zich steeds openbaren, opdat het fundamenteel nog onware zich procesmatig tot haar zal opheffen.


    J. v. Rijckenborgh